Komodovaranen hebben een buitengewoon reukvermogen, maar belangrijk is wat ze daadwerkelijk waarnemen. Ze kunnen aas op 4 tot 9,5 kilometer afstand lokaliseren door met hun tong te flitsen en geurdeeltjes over te brengen naar het Jacobson-orgaan in het dak van hun mond. Dit systeem is afgestemd op vluchtige stoffen die vrijkomen bij rottend vlees, zoals putrescine, cadaverine en andere ontbindingsmarkers, en niet op vers menselijk bloed.
Menstruatiebloed is geen aas. Het is afgestoten baarmoederslijmvlies vermengd met bloed, slijm en weefsel dat niet de bacteriële afbraak heeft ondergaan die het specifieke geurprofiel veroorzaakt waarop varanen zijn aangepast om te jagen. Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat menstruatiebloed koppelt aan meer agressie van varanen, er is geen verslag van wachters die menstruerende bezoekers anders behandelen, en er is geen biologisch mechanisme dat suggereert dat varanen een menstruerend mens boven andere warmbloedige zoogdieren in hun omgeving zouden uitkiezen.
De mythe blijft bestaan omdat Komodovaranen af en toe wel mensen aanvallen en omdat hun reputatie als bloedruikende roofdieren dramatische verhalen oplevert. In werkelijkheid zijn varanen opportunistische generalisten. Ze eten alles wat dood is, jagen op levende prooi als ze honger hebben en mijden over het algemeen grote groepen alerte mensen, ongeacht hun hormonale status. De veiligheidsprotocollen van het park, zoals begeleiding door wachters, groepsdiscipline en afstand houden, beschermen iedereen gelijk. Menstruatie verandert de situatie niet.

